Home » Onze Roofvogels/Uilen » Europese Torenvalk Falco
Screenshot_2014-11-13-22-14-06-1.png

Europese Torenvalk Falco

Latijnse naam: Falco Tinnunculus

  • Lengte                34 tot 38 cm
  • Spanwijdte         70 tot 81 cm
  • Gewicht              150 tot 290 gram
  • Broedtijd             maart / mei
  • Broedduur          31 tot 35 dagen
  • Aantal eieren      2 tot 4  
  • Leefgebied         Europa

Een volwassen exemplaar is 30 tot 38 centimeter groot. Het mannetje heeft een grijsblauwe kop en nek, een roodbruine rug en vleugels met donkere vlekken. De staart is blauwachtig grijs en heeft een zwarte eindband. Het vrouwtje is identiek aan het mannetje, maar heeft een bruine kop en nek, dwarsbandjes op de rug en vleugels en een bruine staart.

Het gehele jaar komen torenvalken in een groot deel voor, waaronder Nederland en België. In Scandinavië en Noord-Rusland zijn de dieren alleen in de zomer aan te treffen. Ze komen voor op allerlei plaatsen, van weilanden en bosranden tot ook in steden. De dieren zijn vaak te zien langs autowegen.

Het voedsel bestaat voornamelijk uit kleine zoogdieren en insecten, bijvoorbeeld muizen en kevers. Ze bouwen zelf geen nest, maar kiezen vaak een oud kraaiennest als nestplaats. Ook gebruiken ze graag nestkasten waar ze zicht hebben op een open ruimte waar ze kunnen speuren naar voedsel.

Eileg vindt plaats tussen eind maart en eind mei, maar per jaar is de spreiding veel kleiner. Torenvalken beginnen zelden na eind mei met de eileg zodat de jongen uitvliegen als de muizenpopulatie nog groeiend is. Er worden 3 – 7 (meestal 5 of 6) eieren gelegd die wit-achtig zijn met roodbruine vlekken en gemiddeld 40x32 mm groot. Het vrouwtje gaat pas bij het laatste of een na laatste ei broeden. En na een broedduur van 31 tot 35 dagen. Het vrouwtje bebroed de eieren, soms kort afgewisseld door het mannetje dat voor het voedsel zorgt. De eerste 2 weken na het uitkomen worden de jongen nog door het vrouwtje “bebroed” en daarna worden ze steeds meer onbedekt gelaten. Het mannetje verdedigt  tijdens de broedtijd alleen de onmiddelijke omgeving van hoogtens 50 – 500 meter. Polygamie komt zelden voor.